maart 12, 2024

Uw spaargeld passief op een spaarrekening laten staan, is gegarandeerd koopkracht verliezen door de aanhoudende inflatie.

  • De oplossing is niet panikeren, maar een gestructureerde ‘vermogensarchitectuur’ opbouwen die is afgestemd op uw persoonlijke situatie.
  • Het begrijpen van de logica achter kosten, risicospreiding en liquiditeit is cruciaal om veilige en rendabele keuzes te maken op lange termijn.

Aanbeveling: Begin met het definiëren van uw financiële buffer (noodfonds) en investeer vervolgens stapsgewijs via een maandelijks plan, in plaats van te wachten op een ‘perfect’ moment dat misschien nooit komt.

U werkt hard voor uw geld en zet plichtsbewust een deel opzij op uw spaarrekening. Het voelt als de veiligste optie. Toch knaagt er iets. U ziet de prijzen in de supermarkt, aan de pomp en op uw energiefactuur stijgen, en u vraagt zich af wat er met die zorgvuldig opgebouwde spaarpot gebeurt. Het antwoord is pijnlijk eenvoudig: hij verdampt langzaam, zonder dat u er iets voor hoeft te doen. Dit fenomeen, inflatie, is de stille dief van uw koopkracht.

De klassieke adviezen klinken u wellicht bekend in de oren: “u moet beleggen”, “spreid uw risico” of “denk op de lange termijn”. Hoewel deze raadgevingen een kern van waarheid bevatten, blijven ze vaak te vaag en abstract. Ze beantwoorden niet de fundamentele vraag van de voorzichtige Belgische spaarder: hoe kan ik mijn vermogen beschermen en laten groeien, zonder nachtenlang wakker te liggen van beursschommelingen? De angst om op het verkeerde moment in te stappen of de verkeerde keuzes te maken, leidt vaak tot verlammende inactiviteit, wat de duurste beslissing van allemaal is.

Maar wat als de echte sleutel niet ligt in het blindelings kiezen van een ‘winnend’ aandeel of een ‘populair’ fonds? Wat als de ware bescherming schuilt in het meester worden van de logica achter de keuzes? Dit artikel is geen verkoopspraatje voor een specifiek product. Het is een handleiding in financieel redeneren, speciaal voor de Belgische context. We gaan verder dan de clichés en ontleden de mechanismen van kosten, risico en liquiditeit. Zo bouwt u geen wankele kaartenhuisje, maar een solide vermogensarchitectuur die bestand is tegen de economische seizoenen.

Door de volgende secties te doorlopen, krijgt u de instrumenten in handen om niet alleen de inflatie te begrijpen, maar om haar strategisch een stap voor te zijn. We leggen een duidelijk pad aan, van de harde realiteit van koopkrachtverlies tot de concrete stappen voor een veilige en rendabele toekomst voor uw spaargeld.

Waarom 10.000 euro op uw spaarrekening over 5 jaar nog maar 8.500 euro waard is?

Het concept van inflatie voelt vaak abstract, tot we het vertalen naar de realiteit van uw spaargeld. De rente op een gereglementeerd Belgisch spaarboekje is historisch laag. Zelfs met de recente lichte stijgingen, blijft het rendement ver onder het inflatiepeil. Dit creëert een negatieve reële rente: het geld op uw rekening groeit trager dan de prijzen stijgen, waardoor u elk jaar koopkracht verliest. Het is geen risico, het is een zekerheid.

Laten we dit concreet maken. De Belgische inflatie schommelt. Om de impact te meten, moeten we kijken naar de officiële cijfers. Volgens de recentste gegevens van Statbel, het Belgische statistiekbureau, bedroeg de inflatie in december 2024 3,16% op jaarbasis. Stel, uw spaarrekening biedt een optimistische 1% rente. Uw reële rendement is dan 1% – 3,16% = -2,16%. Elk jaar wordt uw spaargeld dus 2,16% minder waard.

Geprojecteerd over meerdere jaren wordt het effect pas echt duidelijk. Een studie van Argenta illustreert dit pijnlijk helder: met een gemiddelde inflatie van 2,68% per jaar, een realistisch langetermijngemiddelde, wordt 10.000 euro vandaag over tien jaar nog maar 7.676 euro waard in termen van wat u ermee kunt kopen. Na vijf jaar is de waarde al gedaald tot ongeveer 8.750 euro. Dit is geen hypothetisch scenario; het is de wiskundige realiteit van niets doen. Uw geld slaapt niet, het krimpt.

Het confronterende van deze situatie is dat het alternatief – niets doen – de enige strategie is die gegarandeerd tot verlies leidt. De eerste stap naar het beschermen van uw vermogen is dan ook het erkennen van dit onzichtbare, maar zeer reële verlies.

Hoe verdeelt u een vermogen van 50.000 euro optimaal over verschillende korven?

Zodra u het onvermijdelijke verlies op een spaarrekening erkent, is de volgende logische vraag: wat nu? Het antwoord ligt niet in het blindelings storten van uw geld in één ‘wondermiddel’, maar in het bouwen van een doordachte vermogensarchitectuur. Dit betekent dat u uw vermogen verdeelt over verschillende ‘korven’ of activaklassen, elk met een eigen functie en risiconiveau. Het doel is een evenwicht te vinden tussen veiligheid, groei en toegankelijkheid.

De eerste en belangrijkste korf is uw liquiditeitsanker, beter bekend als het noodfonds. Dit is een som geld die direct beschikbaar is op een spaarrekening voor onverwachte, dringende uitgaven (een kapotte auto, een medische noodsituatie). Een veelgebruikte vuistregel in België is om een bedrag gelijk aan zes maanden nettoloon aan te houden. Dit geld is niet bedoeld om te renderen, maar om gemoedsrust te bieden en te voorkomen dat u beleggingen moet verkopen op een ongunstig moment.

Diverse investeringsinstrumenten elegant gerangschikt op marmeren oppervlak met zachte verlichting

Met de rest van het kapitaal kunt u de andere korven vullen, afhankelijk van uw risicoprofiel. Er is geen ‘one-size-fits-all’ oplossing; de ideale verdeling hangt af van uw leeftijd, beleggingshorizon en comfort met risico. Hieronder vindt u een vereenvoudigd model voor een vermogen van 50.000 euro, gebaseerd op drie typische profielen:

Portfolio-opties voor verschillende risicoprofielen
Profiel Noodfonds Staatsobligaties Aandelen ETF Tak 21
Voorzichtig 30% 40% 10% 20%
Gebalanceerd 20% 30% 35% 15%
Dynamisch 15% 20% 55% 10%

Een ‘voorzichtig’ profiel geeft prioriteit aan kapitaalbehoud, terwijl een ‘dynamisch’ profiel meer focust op groei via een groter aandeel in de rendementsmotor van de portefeuille: de aandelen. De sleutel is om een structuur te kiezen die u ’s nachts laat slapen.

Actief beheerd fonds of passieve tracker: wat levert netto het meeste op na kosten?

Binnen uw vermogensarchitectuur is de ‘rendementsmotor’ – meestal belegd in aandelen – cruciaal voor groei op lange termijn. Hier stuit de Belgische spaarder op een belangrijke keuze: investeert u in een traditioneel, actief beheerd beleggingsfonds van de bank, of kiest u voor een passieve tracker, ook wel een ETF (Exchange-Traded Fund) genoemd? Het antwoord op deze vraag wordt grotendeels bepaald door een vaak onderschatte factor: de kosten.

Een actief beheerd fonds wordt, zoals de naam al zegt, beheerd door een team van analisten die proberen ‘de markt te verslaan’ door de ‘juiste’ aandelen te kiezen. Voor deze expertise betaalt u een prijs in de vorm van hoge jaarlijkse beheerskosten en vaak ook instapkosten. Een passieve tracker daarentegen volgt simpelweg een beursindex (zoals de BEL20 of de wereldwijde MSCI World). Omdat er geen dure managers nodig zijn, zijn de kosten aanzienlijk lager.

Dit kostenverschil lijkt misschien klein op jaarbasis, maar op de lange termijn heeft het een gigantische impact door het effect van samengestelde interest. Het is een kosten-sleepnet dat uw netto-rendement jaar na jaar vertraagt. Vergelijkend onderzoek toont aan dat waar een ETF gemiddeld 0,45% kost, terwijl een actief fonds van een grootbank makkelijk 1,71% kan aanrekenen. Dit verschil van meer dan 1,25% per jaar eet direct aan uw potentiële winst.

De onderstaande tabel geeft een helder overzicht van de typische kostenstructuur, waarbij ook rekening wordt gehouden met de Belgische beurstaks die van toepassing is bij aan- en verkoop van trackers.

Kostenstructuur trackers vs fondsen
Kostentype ETF/Tracker Actief Fonds
Jaarlijkse beheerskosten 0,1% – 0,5% 1,5% – 2,5%
Instapkosten Geen (alleen beurstaks) 0% – 3%
Uitstapkosten Geen (alleen beurstaks) 0% – 1%
Beurstaks België 0,12% – 1,32% N.v.t.

Talloze studies tonen aan dat de overgrote meerderheid van de actieve fondsen er op lange termijn niet in slaagt om na aftrek van hun kosten beter te presteren dan hun passieve tegenhangers. Voor de voorzichtige belegger die op zoek is naar een efficiënte en transparante manier om te groeien, is de keuze voor een breed gespreide, goedkope tracker vaak de meest rationele.

Het verlies dat u lijdt door uit te stappen als de beurs even zakt

Het grootste risico voor veel beleggers is niet de markt zelf, maar hun eigen reactie erop. De menselijke psychologie is onze grootste vijand: we worden hebberig als de markten stijgen en panikeren als ze dalen. De drang om ‘verliezen te beperken’ door te verkopen tijdens een correctie is immens, maar het is bijna altijd de slechtste beslissing die u kunt nemen. Dit leidt tot het klassieke scenario: laag verkopen en (misschien) hoog terugkopen, de perfecte formule om vermogen te vernietigen.

Close-up van antiek kompas op oude beursgrafieken met dramatische belichting

De geschiedenis leert ons een duidelijke les. Neem de kredietcrisis van 2008: de beurzen kelderden wereldwijd. Beleggers die in paniek verkochten, hebben hun verliezen geconcretiseerd. Degenen die kalm bleven en hun posities aanhielden (of zelfs bijkopen), zagen hun portefeuilles zich in de daaropvolgende jaren niet alleen herstellen, maar ook naar nieuwe hoogtes groeien. De beurs groeit op lange termijn namelijk bijna altijd. Het missen van de beste paar dagen van herstel na een crisis kan een dramatische impact hebben op uw totale rendement.

De sleutel tot succes is dan ook emotionele discipline. Het gaat erom een systeem op te zetten dat u beschermt tegen uw eigen impulsen. Dit betekent dat u een duidelijk plan moet hebben voordat u begint en u daaraan moet houden, ongeacht de dagelijkse krantenkoppen. De focus moet liggen op uw langetermijndoelen, niet op de kortetermijnvolatiliteit.

Uw plan om emotioneel beleggen te vermijden

  1. Stel een automatisch maandelijks beleggingsplan in via uw bank of broker. Dit haalt de emotie uit de aankoopbeslissing.
  2. Bepaal vooraf uw beleggingshorizon. Engageer u om voor een periode van minimaal 5 tot 10 jaar niet aan het geld te komen.
  3. Alloceer een deel van uw portefeuille aan kapitaalgegarandeerde producten (zoals Tak 21 of staatsobligaties) voor psychologische gemoedsrust.
  4. Vermijd het dagelijks controleren van uw portefeuille. Eén keer per kwartaal of zelfs per halfjaar is ruim voldoende.
  5. Documenteer uw financiële doelen (‘waarom beleg ik?’) en herlees dit document wanneer u de neiging voelt om in paniek te raken.

Door deze regels toe te passen, transformeert u beleggen van een emotionele rollercoaster naar een gedisciplineerd en bijna saai proces – en dat is precies wat het zou moeten zijn.

Moet u wachten op een beurscrash of maandelijks een klein bedrag beleggen?

Een van de grootste mythes die beginnende beleggers verlamt, is het idee van ‘market timing’: proberen te voorspellen wanneer de markt op zijn laagste punt staat om te kopen. Beleggers wachten op de ‘perfecte crash’ om in te stappen, maar in de praktijk missen ze daardoor vaak jaren van gestage groei. Niemand heeft een kristallen bol; zelfs professionele analisten kunnen crashes niet consistent voorspellen. Wachten is een strategie die op lange termijn bijna altijd verliest.

De superieure en veel rustgevendere strategie is Dollar-Cost Averaging (DCA), ofwel periodiek beleggen. Dit betekent dat u elke maand een vast bedrag investeert, ongeacht de staat van de beurs. Koopt u wanneer de koersen hoog staan? Dan koopt u minder deelbewijzen. Koopt u wanneer de koersen laag staan? Dan koopt u met hetzelfde bedrag méér deelbewijzen. Over de lange termijn middelt u zo uw aankoopprijs uit en profiteert u automatisch van marktdalingen door goedkoper in te kopen.

Met een lange looptijd is er voldoende tijd om periodes van verlies en dalende beurzen op te vangen. Voor mensen die een lange looptijd hebben en niet wakker liggen van het op en neer gaan van de beurs, kan beleggen een optie zijn om vermogen op te bouwen.

– Rabobank Investment Research, Rabobank Beleggingsgids

Deze methode haalt de emotie en de gokfactor volledig uit het proces. Het dwingt tot discipline en zorgt ervoor dat u constant in de markt aanwezig bent. Historische data ondersteunen deze aanpak overweldigend. Onderzoek naar de MSCI World index, een wereldwijde aandelenmand, toont een historisch gemiddeld jaarrendement van 11,48% sinds 1970. De sleutel tot het behalen van dit soort rendementen is niet perfecte timing, maar simpelweg ’tijd in de markt’. Door maandelijks te beleggen, koopt u zich systematisch in in de groeimotor van de wereldeconomie.

Voor de Belgische spaarder is dit de meest toegankelijke en minst stresserende manier om de overstap van sparen naar beleggen te maken. Het vereist geen expertise in marktanalyse, enkel de discipline om een plan te volgen.

Huis of obligatie: hoe snel kunt u aan uw geld als u het plots nodig hebt?

Wanneer u uw vermogen spreidt, is niet alleen het potentiële rendement van belang, maar ook de liquiditeit: hoe snel en gemakkelijk kunt u een investering omzetten in cash geld zonder significant waardeverlies? Dit is een cruciale factor die vaak wordt onderschat, zeker wanneer men vastgoed vergelijkt met andere beleggingsvormen zoals obligaties.

Vastgoed, de spreekwoordelijke ‘baksteen in de maag’ van de Belg, wordt vaak gezien als een zeer veilige en inflatiebestendige belegging. Hoewel het op lange termijn zeker waarde kan creëren, is het een van de meest illiquide activa die er bestaan. Het verkopen van een huis of appartement kan maanden, soms zelfs meer dan een jaar duren, afhankelijk van de marktomstandigheden en de regio in België. Gedurende die tijd is uw kapitaal volledig ‘vast’. Als u plotseling geld nodig heeft, kunt u er niet aan.

Obligaties, en zeker ook beursgenoteerde aandelen of trackers, bevinden zich aan het andere uiteinde van het liquiditeitsspectrum. Deze kunnen op elke beursdag binnen enkele minuten verkocht worden, en het geld staat doorgaans binnen twee tot drie werkdagen op uw rekening. Dit biedt een flexibiliteit die vastgoed onmogelijk kan evenaren. Hieronder een overzicht van de liquiditeit van verschillende Belgische beleggingsproducten:

  • Direct beschikbaar (binnen 24u): Gereglementeerde spaarrekening.
  • Zeer liquide (2-3 werkdagen): Beursgenoteerde aandelen, obligaties en ETF’s/trackers.
  • Minder liquide (1-2 weken): Tak 21-verzekeringsproducten, vaak met mogelijke uitstapkosten.
  • Illiquide (3-12+ maanden): Fysiek vastgoed (opbrengsteigendom).

Studie: GVV’s als liquide alternatief voor vastgoed

Voor wie toch in vastgoed wil investeren maar de illiquiditeit schuwt, bieden Gereglementeerde Vastgoedvennootschappen (GVV’s) een uitstekend alternatief. Dit zijn beursgenoteerde bedrijven zoals Cofinimmo, WDP of Aedifica, die investeren in een brede portefeuille van commercieel of residentieel vastgoed. Door een aandeel in een GVV te kopen op Euronext Brussels, investeert u onrechtstreeks in vastgoed, maar behoudt u de liquiditeit van een aandeel. U kunt uw positie elke werkdag verkopen, waardoor u blootstelling aan de vastgoedmarkt combineert met snelle toegang tot uw kapitaal.

De keuze tussen een huis en een obligatie is dus niet alleen een keuze voor een bepaald rendement, maar vooral een keuze voor een bepaald niveau van flexibiliteit en toegang tot uw vermogen.

Fonds bij de bank of verzekering: wie behaalt het beste rendement op 30 jaar?

Voor langetermijnbeleggingen, zoals pensioenplanning, stuiten Belgische spaarders vaak op een specifieke keuze: beleggen via een fonds bij de bank (een klassiek beleggingsfonds) of via een verzekeringsproduct (een Tak 23-levensverzekering). Beide opties investeren in onderliggende fondsen, maar de juridische en fiscale ‘verpakking’ is totaal verschillend en heeft een grote impact op uw netto-rendement op lange termijn.

Het meest directe en pijnlijke verschil is de instaptaks. Wanneer u geld stort in een Tak 23-product, betaalt u onmiddellijk een verzekeringstaks van 2% aan de staat. Bij een storting van 10.000 euro, verdwijnt er dus meteen 200 euro. Uw belegging start met een achterstand van 2% en moet dit eerst goedmaken voor u winst begint te maken. Een beleggingsfonds bij de bank heeft deze taks niet. Hoewel sommige banken instapkosten aanrekenen, zijn er steeds meer die dit niet doen, zeker voor hun eigen fondsen of via online platformen.

Deze 2% taks lijkt misschien eenmalig, maar op een beleggingshorizon van 30 jaar is het effect ervan, door het mislopen van samengestelde groei op dat bedrag, aanzienlijk. Tak 23-producten bieden weliswaar voordelen op het vlak van successieplanning via de begunstigingsclausule, wat het mogelijk maakt om de belegging buiten de erfenis om aan een specifieke persoon over te dragen. Dit kan fiscaal interessant zijn, maar weegt dit op tegen de structurele kostennadelen?

De onderstaande tabel zet de belangrijkste verschillen op een rij.

Vergelijking bankfonds vs verzekeringsbelegging
Aspect Bankfonds Tak 23 Verzekering
Instaptaks Geen (of variabele instapkosten) 2% verzekeringstaks
Flexibiliteit fondskeuze Vaak beperkt tot het aanbod van de bank Kan toegang geven tot fondsen van diverse beheerders
Successieplanning Regeling via notarieel testament Flexibele regeling via begunstigingsclausule
Eindbelasting op 60 jaar Niet van toepassing Kan vrijgesteld zijn onder voorwaarden (pensioensparen)

Voor een pure rendementsfocus op zeer lange termijn, zonder specifieke noden op het vlak van successie, heeft het beleggingsfonds bij de bank doorgaans een structureel voordeel vanwege het ontbreken van de 2% verzekeringstaks. De keuze hangt echter af van uw totale financiële en familiale situatie.

Te onthouden

  • Inflatie is een onzichtbare, maar gegarandeerde belasting op uw spaargeld; niets doen is de duurste optie.
  • Een solide vermogensarchitectuur, gebaseerd op uw risicoprofiel en doelen, is belangrijker dan het najagen van individuele ‘winnaars’.
  • Periodiek en gedisciplineerd beleggen in goedkope, gespreide producten (zoals trackers) verslaat op lange termijn bijna altijd het wachten op een ‘perfecte’ crash.

Hoe optimaliseert u uw fiscaal voordeel bij het pensioensparen voor het einde van het jaar?

Na het opbouwen van een solide basis voor uw vermogen, biedt de Belgische fiscaliteit nog een extra duwtje in de rug: het pensioensparen. Dit is een van de weinige manieren waarop de overheid u actief aanmoedigt om te sparen voor later, met een direct belastingvoordeel als beloning. Het optimaliseren van deze mogelijkheid, zeker naar het einde van het jaar toe, is de kers op de taart van uw financiële strategie.

Weids uitzicht op Brussels financieel district bij zonsondergang met moderne kantoorgebouwen

In België heeft u voor het pensioensparen de keuze tussen twee plafonds. U kunt maximaal 990 euro storten voor een belastingvermindering van 30% (een voordeel van 297 euro), of u kunt opteren voor het verhoogde plafond van 1.270 euro, wat recht geeft op 25% belastingvermindering (een voordeel van 317,50 euro). De keuze voor het hogere bedrag lijkt logisch, maar is dat niet altijd. Wie meer dan 990 euro stort maar niet aan 1.270 euro komt, valt in een ‘fiscale val’ en houdt netto minder voordeel over. Het is dus alles of niets: ofwel stopt u bij 990 euro, ofwel gaat u voluit voor de 1.270 euro.

De beslissing moet elk jaar voor 31 december genomen worden. Het is een eenvoudige manier om uw netto-inkomen te verhogen en tegelijkertijd uw pensioenkapitaal te versterken. Dit geld wordt meestal belegd in een pensioenspaarfonds (dynamischer, gelinkt aan aandelen) of een pensioenspaarverzekering (defensiever, vaak Tak 21 met kapitaalgarantie). De keuze hangt opnieuw af van uw risicoprofiel en de resterende looptijd tot uw pensioen. Het is een krachtig instrument dat te vaak onderbenut blijft, maar dat een significant verschil kan maken in uw totale vermogensopbouw.

De eerste stap is niet de moeilijkste, maar de belangrijkste. Begin vandaag nog met het analyseren van uw situatie en leg de eerste steen van uw financiële vesting voor de toekomst. Een gesprek met een onafhankelijk financieel adviseur kan u helpen een plan op te stellen dat perfect is afgestemd op uw persoonlijke doelen en comfortniveau.

Veelgestelde vragen over het beschermen van uw spaargeld

Hoeveel maanden nettoloon als noodfonds?

Zorg eerst voor voldoende buffer op een spaarrekening, voor onverwachte uitgaven. We noemen dat het ‘comfortbedrag’. Zes maandlonen wordt vaak beschouwd als een goed comfortbedrag.

Waarom niet alles op de spaarrekening laten staan?

Het rendement op spaargeld is momenteel zeer laag, soms zelfs nul. De reële rente, uitgedrukt als de nominale rente minus de inflatie, is sterk negatief. Bij een rentevergoeding op de spaarrekening van bijvoorbeeld 0,5% en een inflatie van 3%, bedraagt de reële rente -2,5% op jaarbasis.

Wanneer kiest u best voor het plafond van €990 bij pensioensparen?

Als uw marginaal belastingtarief (de hoogste schijf waarin uw inkomen valt) lager is dan 40%, is het fiscaal voordeel van 30% op 990 euro vaak interessanter dan het voordeel van 25% op 1.270 euro. Dit vereist een individuele berekening.

Wat na het maximale pensioenspaarbedrag?

U kunt overwegen om langetermijnsparen te starten. Dit is een ander fiscaal regime dat ook belastingvoordelen biedt, maar met andere voorwaarden en een afzonderlijk plafond, wat een bijkomende optimalisatie mogelijk maakt.

Hoe zit het met de eindbelasting op pensioensparen?

Op uw 60ste verjaardag (of op de 10de verjaardag van het contract indien gestart na uw 55ste) wordt een eenmalige eindbelasting van 8% geheven op het opgebouwde kapitaal. Stortingen die u daarna nog doet tot uw 64ste, zijn nog fiscaal aftrekbaar maar worden niet meer belast.

Sofie Goossens, Onafhankelijk Financieel Planner en Fiscalist met expertise in vermogensopbouw en successieplanning. Ze helpt particulieren en zelfstandigen hun financiële toekomst veilig te stellen in een volatiele markt.